Toeval?

Week van het schrijven, dag 4. Toeval? (Fragment uit Nieuwe bloem; januari 2012)

We zitten aan het ontbijt in een hotel in Maastricht, als ik daar een bekende Nederlander voorbij zie komen, op weg naar het ontbijtbuffet. Bekend gezicht, denk ik bij de eerste keer dat ik hem zie. Hij loopt een tweede keer langs, terug naar zijn tafel. Van televisie of zo, denk ik. De man loopt een derde keer langs. KRO of NCRV, zoiets. Als hij een vierde keer langskomt, dringt het met een schok tot me door. ‘Deze man is naar Ethiopië geweest voor een reportage over adoptie,’ zeg ik tegen Martin. Ik voel dat ik hier iets mee moet doen en ben op slag gespannen. ‘Ik ga naar hem toe.’

‘Astrid, je hoeft er niets mee te doen,’ zegt Martin. Natuurlijk wel, schreeuwt het in mij. Ik kan het niet maken tegenover mijn zoon om deze kans te laten schieten.

Ik sta op en voel de hartslag in mijn keel als ik zijn ontbijttafel nader. Terwijl ik hem aankijk vraag ik de man: ‘Bent u van de televisie?’ Ik hoor aan zijn zucht dat hij het moeilijk vindt wéér herkend te worden. Ik geef toe, het is niet de sterkste openingszin, maar ik ben op van de zenuwen. ‘U hebt destijds een reportage gemaakt over adoptie in Ethiopië.’ Ik heb knikkende knieën, hou de tafel vast en ben niet zeker meer van een vaste stem. Mijn kin begint te trillen. ‘In de laatste minuut komt er een vrouw naar u toe. Zij vertelt dat de zoon van haar zus is weggenomen. Het gaat hier waarschijnlijk om de moeder van mijn zoon,’ kan ik nog net zeggen. Met grote ogen kijkt de man mij aan. Bij mij staan nu de tranen in mijn ogen. Meteen biedt hij mij een stoel aan, maar hij bedenkt zich onmiddellijk en we gaan aan een apart tafeltje zitten, waar we met z’n tweeën kunnen praten. Hij laat zijn ontbijt in de steek, ik het mijne. Hij stelt zichzelf voor als Aart Zeeman.