Portret

Op Moederdag gaan we naar een gezellige dag die georganiseerd wordt in een open tuin in Castricum. Er zullen portretschilders zijn en de opbrengst gaat naar een opleiding voor verloskundigen in Ethiopië. ‘In Ethiopië worden zwangerschappen en bevallingen nog maar weinig begeleid door professionele hulp, waardoor er een grote sterfte is onder moeder en kind,’ lees ik bij de aankondiging in de krant. Daar weten wij alles van, denk ik erbij. Tigist verloor immers haar baby in de kraamtijd. Als Noah de eerste schilderes ziet draait hij zich onmiddellijk naar mij om en vraagt of hij geschilderd mag worden. Ik ben verbaasd, want zo’n rechtstreeks verzoek krijg ik niet vaak van hem. Ik zie aan zijn gezicht dat hij dit echt graag wil en natuurlijk stem ik ermee in. Hij mag gaan zitten en de schilderes begint. Af en toe kijk ik mee hoe mijn zoon onder het penseel verschijnt. Hij moet een lange tijd zitten, in tegenstelling tot het geadopteerde Ethiopische meisje voor hem. Eerst verschijnt er een gezicht dat van een meisje lijkt, daarna is hij te volwassen met een brede nek. ‘Hij is moeilijk te pakken,’ zegt ze. ‘Het is een gecompliceerd kind en er gaat veel in hem om.’ ‘Dat kan wel kloppen,’ zeg ik tegen haar. Wat frappant dat de schilderes die informatie allemaal meekrijgt terwijl ze hem schildert. Maar dan zie ik hem komen. Ik herken Noah en zeg tegen haar: ’Daar komt ie aan.’ Het wordt een prachtig portret van mijn mooie jongen. (Fragment uit Nieuwe bloem, blz. 233)

Hetty Spaanderman-Sonnemans, wie had toen kunnen denken dat het portret de voorkant van het boek Nieuwe bloem zou worden?