Eerste ontmoeting

Leef en lees mee met onze eerste reis naar Ethiopië, november 2004. Dit blog gaat verder waar ‘Dagboek aan mijn kind van ver’ stopte.

We ontvangen de eerste foto’s van onze zoon. We zijn verkocht, sluiten hem meteen in ons hart en reizen zes weken later af naar Addis Abeba voor onze nieuwe bloem. Wij, dat zijn: Marloes (9), Fien (7) Lieke (5), Marijn en ik. Onze nieuwe bloem heet Noah.

Wanneer we even later rechtsaf gaan, is de weg onverhard en vol kuilen. Mijn nieuwsgierigheid en spanning nemen toe. We stoppen voor een grote metalen poort die voor ons wordt opengedaan door een slanke, donkere jongeman. Vrijwilligster Lea rijdt haar auto het terrein op. Als eerste zie ik Salamon staan met bloemen in haar hand. Het beeld van dit kwetsbare kind dat haar kersverse nieuwe ouders gaat begroeten, raakt me diep.

‘Dat is Salamon. Met bloemen,’ zeg ik bijna fluisterend, tegen niemand in het bijzonder. Mijn ogen vullen zich met tranen, mijn stem lijkt het te begeven, maar ik pak me bij elkaar om sterk te zijn voor ons eigen moment. Het moment waarop wij Noah zullen zien. We stappen uit.

Voor ons staan de leidsters in traditionele roomwitte jurken met drie kinderen.

Als ik Noah zie, ervaar ik een kleine schok. Ik herken hem gelijk van de foto. Hij wordt door een leidster op de arm gedragen. Oh, hij heeft ook bloemen vast. Bloemen uit de tuin geplukt en bij elkaar gebonden en omwikkeld met een plastic tasje. Mijn ogen vullen zich met tranen. Wat is hij mooi. Wat is hij klein.

Langzaam lopen we zijn kant op. Zijn ogen staan groot en hij heeft een heel afwachtende, bijna angstige blik in zijn ogen. Hij weet het. Ik zie aan zijn ogen dat hij weet wat er gaande is. Hij kijkt alleen maar. De leidster laat hem de bloemen geven door met haar hand zijn hand met de bloemen naar mij te bewegen. ‘Mama,’ zegt ze. Ik duw mijn tranen weg door met mijn ogen te knipperen. Ik lach naar hem en raak hem heel voorzichtig even aan. De leidster herkent ons van de foto’s die we opstuurden en richt zich tot Noah. Ze noemt ons allemaal bij naam. ‘Lieke,’ hoor ik haar zeggen en ze wijst onze jongste aan. Noah volgt haar vinger en kijkt ons een voor een aan, maar hij blijft veilig bij de mami op de arm. Ik vind het prima, ik heb nu genoeg aan kijken alleen. Wat is hij lief. Wat is hij schattig. Ik geef hem de tijd, die hij nog nodig heeft.

Blz. 19 Nieuwe bloem.