Categoriearchief: Blog

Enthousiaste reacties

‘Pap, je hebt het boek uit. Wat vind je ervan?’
‘Daar kan ik kort en krachtig over zijn: het is een goed boek. Het is goed geschreven met begrijpelijke zinnen. Ja. Ja.’ Ik hoor hem denken voor hij verder gaat met: ‘Ik ben er blij mee.’ Een prachtige feedback van een man van weinig woorden.

‘Weet je Astrid….. Ik heb hem zondag avond uitgelezen. Ik lees niet zo snel. Elk woord kwam binnen. Het liet me onthutst achter… het was ontroerend en een doorgaande stroom van dynamiek… ik heb er van genoten. Maar het laat me ook met grote twijfels en bedenkingen zitten t.a.v. onze eigen adoptie…maar zo levendig en mooi beschreven. Super van je! Ik hoop alleen oprecht dat je inmiddels minder hectiek en meer rust in je leven hebt. Bedankt voor je kwetsbaarheid en openheid. Lieve groet.’

Ik heb genoten van je knusse boekpresentatie. Ik vond dat je erg goed, mooi en beeldend verteld en voorgelezen hebt.????????. Ik hoop dat je boek een groot succes wordt. Kan niet wachten tot ik t ga lezen! ????

 

 

 

 

Eerste reacties op het boek Nieuwe bloem.

‘Ik heb het boek uit……. Wauw! Wat een verhaal. Uit elke bladzijde spreekt kracht en liefde! Ik had altijd al veel bewondering voor jou maar daar is veel bewondering voor je kinderen en Noah zijn emama bij gekomen…. Wauw! Ik kan even geen andere woorden vinden.
‘t Verhaal en manier van schrijven hebben me zeker diep geraakt. Dankjewel!’

‘Lieve Astrid. Ik ben zwaar onder de indruk. De eerlijkheid, openheid en respectvolle manier waarop je je verhaal vertelt geven me een warm gevoel. Tegelijkertijd raakt je verhaal me enorm. De gedetailleerde beschrijvingen van de plekken die jullie bezocht hebben, de situaties die je beschrijft maken dat ik hetgeen je beschrijft bijna zag, voelde en rook. Je manier van schrijven is heel prettig en dat komt wat mij betreft mede door de eerlijke wijze waarmee je me deelgenoot maakt van jouw verhaal. De trots die ik eerder uitsprak is alleen maar groter geworden. Jouw doorzettingsvermogen om de moeder van ‘ Noah’ te vinden maar vooral ook het onrecht in de adoptie procedure aan de kaak te stellen vind ik van grote kracht getuigen. Je mag trots op jezelf zijn.❤’

‘Ik heb je boek besteld en kan niet meer stoppen …. Wat heb jij veel meegemaakt … En wat schrijf je daar prachtig over …’

proefboek beter

 

Hún broertje

Laatste deel uit: dagboek van mijn kind van ver

Vanmorgen was ik al om 5 uur wakker en ik kon niet meer slapen. Ik ben er vol van dat je komt. Ik heb net je foto’s gekregen. Wat ben je mooi. Poepie. Echt een lieverd om te zien. Dadelijk komen papa en oma om je te bekijken. Ik ben benieuwd of ze net zo weg zijn van jou als ik.

Oma komt binnen en ziet 7 foto’s van jou als een waaier op tafel liggen. Je oudste zus (9 jaar) zegt vertederd dat je een lief gezichtje hebt. De middelste zus (7 jaar) is heel blij met een broertje en de jongste (over drie dagen wordt ze 5 jaar) voelt zich heel groot.

Een dag later hebben ze alle drie mogen vertellen in de kring op de basisschool. De foto’s van het broertje gaan overal mee naar toe. Naar school, naar de harp- en balletles. Ze willen met je pronken. Het voelt ook als hún broertje. Gisteravond hadden papa en ik een sjiek etentje. We hebben veel felicitaties gehad en we hebben lang en enthousiast over jou kunnen praten. Er gaat een email de deur uit naar familie, vrienden en bekenden. In de dagen na het voorstel, zal blijken dat iedereen je, net als oma, heel leuk vindt. ‘Een hoog knuffelgehalte’, enz. De eerste babyblauwe enveloppe valt door de brievenbus. Toen de meiden geboren werden waren er veel roze bij.

Lief kind, je bent het wachten waard.

Mama

Slakkenpost

Uit mijn boek Nieuwe bloem:

De medewerkster die me zojuist belde met het nieuws: ‘We hebben een zoon voor jullie’ belooft foto’s op te sturen, maar helaas mag ze dat niet per e-mail doen, dus moet ik wachten op de ‘slakken’ post. Zuchtend leg ik me erbij neer, maar wat duurt dat lang, een dag!

De volgende dag zie ik de postbode in de wijk lopen. ‘Postbode,’ zeg ik. ‘U hebt belangrijke post voor mij in uw kar.’ ‘U zult moeten wachten mevrouw. Ik moet mijn ronde nog maken. De post voor uw straat ligt verder naar onderen.’ ‘Hoe lang duurt uw ronde dan nog?’ vraag ik ongeduldig. ‘Anderhalf uur,’ zegt de postbode. Na een zucht ga ik naar huis en wacht die lange anderhalf uur.

Eindelijk hoor ik de brievenbus klepperen en valt een grote enveloppe op de mat. Razend nieuwsgierig maak ik hem open. Op de eerste foto kijk ik in de ogen van een heerlijk mannetje dat ik meteen in mijn hart sluit. Een donker jongetje van twee jaar, zittend op een bontgekleurd kleed, kijkt me aan. Zijn koppie is kaalgeschoren, zijn ogen zijn heel donker en zijn lach is vertederend. Op de tweede foto zie ik hem staand, zijn mond een klein stukje open en er hangt een druppeltje aan zijn lip. Wat aandoenlijk. Ik voel mijn borst opzwellen en mijn hart vult zich, nu ik zie waar ik vier jaar op heb gewacht. Wat een mooi kereltje. Een diepe zucht ontsnapt als ik met mijn vingers zijn wang op de foto aanraak. Ik kan blijven kijken naar de foto’s. Elk detail probeer ik in me op te nemen.

Het boek Nieuwe bloem verschijnt september 2016.

Hét telefoontje

Uit: dagboek aan mijn kind van ver. September 2004

Vandaag kwam hét telefoontje. Ze hebben voor ons een jongetje van bijna 2 jaar!

Wauw, wat zijn we blij met jou. Eindelijk is het dan zover. Het is zoals ik dacht: het is een jongetje en nu gaat het snel. De medewerkster die belde, vertelde er meteen bij dat we verkocht zullen zijn als we jouw bruine ogen en lange wimpers zien. Morgen krijgen we foto’s en papieren. Kan ze de foto’s niet per mail sturen? Dan zie ik je vandaag nog! Maar nee, we moeten wachten op de slakkenpost.

Ik heb eerst flink gehuild van blijdschap, daarna papa gebeld op zijn werk. Morgen liggen we beslist achter de brievenbus.

Super.

Een zoon.

Er gaat zoveel door me heen. Vanbinnen juich en joel ik. Heerlijk dat het nu zover is. We gaan over 6 weken afreizen!

Mama

‘We komen naar je toe gevlogen.

Niet in een raket of een ballon,

Niet op de rug van een vogel,

Maar langs de stralen van de zon.’

(Herman van Veen)

 

 

Snoeperig

Uit: dagboek aan mijn kind van ver

April 2004

We zijn bij de adoptieorganisatie geweest. We hopen binnen nu en een jaar jou in onze armen te sluiten. We hebben veel informatie gehad over het land, de kinderen in het algemeen en de procedure. Bij het zien van de foto’s in de informatiemap van Ethiopië zei papa: ‘Welke zullen we nemen? Mogen we kiezen?’ Natuurlijk was dat een grapje, want we wijzen niet zomaar een kindje aan dat ons aanstaat, maar het is zo snoeperig, al die snoetjes!

Nu kunnen wij wat dingen gaan doen: documenten klaarmaken, uittreksels bij de gemeente aanvragen, handtekeningen laten legaliseren. Van een vriend, zelf adoptievader, hebben we een lovende brief binnen over hoe goed we als ouders zijn…ahum.

Een maand later zijn alle papieren, er is echt heel wat nodig zeg, ingestuurd en we kregen bericht dat alles naar Ethiopië is gestuurd. We hopen dus zo snel mogelijk jouw naam en foto te krijgen. Nu gaat men namelijk ‘matchen’ zoals dat heet. Kind, wat fijn dat er nu weer een (grote) stap is gezet. Ik ben best opgewonden en enthousiast. Ik hoop je gauw in mijn armen te houden.

De zomer gaat voorbij en we wachten en wachten.

Kind, ik hou nu al van je.

Mama

We mogen de procedure starten

Uit: dagboek aan mijn kind van ver

Februari 2004

We mogen de procedure starten! Wauw…..voor Haïti…. We twijfelen, we wikken en wegen. Zullen we dat doen? We hebben toch echt voorkeur voor Ethiopië. Wat gaat er veel door ons heen. Er gebeurt weer iets! Maar we laten de adoptieorganisatie weten dat we nu niet voor Haïti gaan. Iets zegt mij dat er een ander kind op mij wacht. In de weken erna blijkt het een goede beslissing. Het gaat helemaal fout in Haïti.

Maart 2004

We praten regelmatig over ‘ons bruine kindje’. Marloes vindt Mara een mooie naam, voor als je een moeilijke naam hebt die we niet kunnen uitspreken. Wat vind je van Indy (van independent= onafhankelijk)? Kan voor een jongetje of een meisje.

Wat is adoptie toch onzeker. Op internet lees ik over vertraging en stagnatie in Ethiopië. Ik belde de adoptieorganisatie, maar er was niemand bereikbaar. Toch had ik bij het breien van een vestje het gevoel dat je dichterbij komt. Ik leek ook wel een naam door te krijgen. Een jongensnaam.

Ik las onlangs: je moet het loslaten zodat het naar je toe kan komen. Soms ben ik benieuwd of jij in Gods plan past. In het plan dat van mijn leven is gemaakt. Eindelijk krijgen we een week later een telefoontje van de bemiddelingsmedewerker waarin ze ons uitnodigt. Ze is bemiddelingsmedewerkster voor Ethiopië en is er onlangs geweest. Oh wat spannend is dit. Klopt mijn gevoel dan toch dat er ergens een kindje op mij wacht? Zo voelt het wel heel duidelijk. Ik zeg vaak in gedachten: Kind hou vol, dat doen wij ook.

Mama

Je bent heel welkom

Uit: dagboek aan mijn kind van ver

16 juli 2003

Hoe vind je deze kaart?

kaart

Geweldig hè? Kon ik niet in de winkel laten liggen. Al denk ik niet elke dag (nou ja?) aan je, je bent belangrijk voor me. Gelukkig hebben we veel omhanden. De zomervakantie is begonnen en sinds een week hebben we weer een vakantiekind. Een ander meisje dit keer. Ze is lief, maar het is ook pittig om dit kindje erbij te hebben. Zij komt, net als het eerste vakantiekindje uit Berlijn, ook uit het vluchtelingencentrum voor getraumatiseerde mensen.

Marloes zegt, als ik haar vertel dat ik het net als zij zwaar vind: ‘En je wilt er nog een vierde bij.’ Ja, dat wil ik ook heel graag, maar dan van ‘begin af aan’.  En of je nu een bruin, zwart of wit ‘jasje’ aan hebt, om met Hans Stolp te spreken, maakt me zelfs niet eens meer uit. Kind, je bent heel welkom!

Helaas hebben we te horen gekregen dat onze wachttijd met één jaar verlengd is. Wat valt dat tegen. Het kan nog wel twee kerstmissen duren voordat je komt. Gaan we dan toch maar verder kijken? Amerika? Nederlandse adoptie?

Mama

In mijn hart

Uit: dagboek aan mijn kind van ver.

Voorjaar 2003

Dit jaar willen we voor het eerst naar de jaarlijkse ontmoetingsdag gaan van onze adoptieorganisatie. Adoptiekindjes kijken en informatie halen, denk ik. Zo zijn we dan toch weer even wat meer met adoptie bezig dan ons gewone dagelijkse ritme, dat bestaat uit brengen naar en halen van school en peuterspeelzaal, zwemles en balletles, af en toe een dokters- of tandartsbezoek, hele middagen knutselen en met buurtkindjes spelen op het pleintje, K3 muziek en lekker (voor)lezen.

Fien (5 jaar) is er sinds de komst van Negusu van overtuigd dat we naar Ethiopië op vakantie gaan. Nee Fien, we gaan naar Texel. In de klas heeft Fien verteld van onze adoptieplannen en zo zijn er een paar ouders naar me toe gekomen om te vragen of dat klopt. Een moeder had haar zoon gevraagd: ‘Wanneer dan?’ ‘Nou, vanmiddag,’ had hij gezegd. Kind als dat eens waar was dan ging ik je meteen halen. Ik vind het soms zo moeilijk dat je eerst van alles mee moet maken voordat je bij ons kan komen. Als ik beelden op de televisie zie dan denk ik: Daar zit ons kind tussen. Want bij de adoptieorganisatie zeggen ze dat je al geboren bent.

Ik denk wel dat ik al een ‘lijntje’ heb met jou, mijn kind. Zo hebben we een vakantiekind uit Berlijn. Een lief meisje, uit een getraumatiseerd gezin dat heeft moeten vluchten. Ze past zo ontzettend goed bij ons gezin. Dat kan haast geen toeval zijn. Zo denk ik dat het ook met jou zal zijn: dat jij heel goed past bij ons en wij bij jou. Dat is allemaal al voor ons uitgestippeld. Ik heb je in mijn hart.

Je mama.

Wanneer komt dat bruine jongetje of meisje nou?

Uit: dagboek aan mijn kind van ver

Maart 2003

We nemen een indrukwekkend stukje video op. De aankondiging in de Mikro-gids luidt als volgt: Factor. James Morris, directeur van het Wereld Voedsel Programma (WPF), waarschuwde onlangs voor een dreigende hongersnood in Afrika. De organisatie verwacht dat alleen al in Ethiopië tussen de tien en veertien miljoen mensen zullen overlijden. […] De Ethiopische econoom Berhanu Nega geeft af op de Ethiopische politiek. Deze is volgens hem hoofdschuldig in de terugkerende problemen.

April 2003

De oorlog in Irak is begonnen. Dat betekent dat de honger in Afrika (niet alleen in Ethiopië) helemaal geen aandacht meer krijgt in de media. En dus ook weinig financiële hulp.

Bij Fien in de klas is een Ethiopische jongen gekomen. Hij heet Negusu. Af en toe denk ik weleens aan namen. Sommige namen zijn voor ons niet uit te spreken, dus moeten we hierover nadenken, maar het liefst hou ik de naam die je van je moeder kreeg. Dat is immers het enige wat je nog van haar hebt.

Af en toe kijk ik op internet naar thema’s rondom adoptie of land van herkomst, vandaag lees ik het blad van de adoptieorganisatie en regelmatig praat ik met vriendinnen die ook geadopteerd hebben. Deze dagen zijn we vooral bezig met praktisch dingen van adoptie, zoals het rondkrijgen van de financiën. Iets anders kunnen we niet doen op dit moment.

Ik probeer me er soms een beeld van te vormen hoe het zal zijn, als je er bent. Hoe zie jij eruit? Ben je een jongen of een meisje? Hoe oud ben je? Wat kan je al? Hoe reageren je zussen op je?

Zo leuk: vorige week vroeg Lieke (drie en een half) ineens: ‘Wanneer komt dat bruine jongetje of meisje nou?’ Zij krijgt er toch ook wel het een en ander van mee.

Mama