Aankomst op Schiphol.

Vandaag twaalf jaar geleden kwam onze jongste thuis.

24 november 2004

We komen op Schiphol de aankomsthal in met twee trolleys vol met koffers en weekendtassen. We leggen de Ethiopische vlag erbovenop en zetten Lieke daar weer bovenop. Marijns vader staat uitbundig te zwaaien als hij ons in het vizier heeft.

Het wordt een warm onthaal van Marijns zus en haar vrouw, hun dochtertje van maar een paar weken ouder dan Noah en Marijns ouders. Niet alleen mijn schoonzussen hebben tranen in hun ogen, ik ook. Het is fijn dit moment te delen met hen, al mis ik mijn familie. Ik weet het, zo hebben we het afgesproken. Mijn ouders hoeven echt niet voor deze paar minuten helemaal uit Twente naar Schiphol te komen, we willen immers zo snel mogelijk naar huis. Maar nu, nu mis ik ze. Het blijkt een beslissing van het hoofd, mijn hart wil iets anders.

We zoeken even een zitje om wat te gaan drinken. Ons nichtje kan uit een pakje drinken, maar Noah weet absoluut niet wat hij met een rietje aan moet. We schenken het sap in een glas en laten hem voorzichtig daaruit drinken. Noah krijgt zijn eerste cadeautje: een fotoboek met foto’s van onze beide families. Maar Noah heeft meer oog voor dat kleine blonde meisje met haar schattige krulletjes en vooral voor haar buggy. Zodra hij de kans krijgt, stapt hij er met haar buggy vandoor.

We krijgen van Marijns zus onze winterjassen en autosleutel aangereikt en lopen naar de auto. ‘Noah, makiena?’ Hij gaat graag mee en laat zich in het kinderzitje vastzetten. ‘Wedde bet. We gaan naar huis.’

 

(blz. 44 Nieuwe bloem)